Btw berekenen in twee richtingen
Btw optellen: btw = exclusief × tarief ÷ 100; inclusief = exclusief + btw. Bij 21%: € 500 → € 105 btw → € 605.
Btw terugrekenen: btw = inclusief × tarief ÷ (100 + tarief); exclusief = inclusief − btw. Bij 21%: € 605 → € 105 btw → € 500.
Waarom niet gewoon 21% van het bedrag inclusief btw?
De btw wordt berekend over het bedrag exclusief btw. In een bedrag inclusief btw is het aandeel btw daarom kleiner dan het tarief: bij 21% is het 21/121, ongeveer 17,36%.
Neem je 21% van € 121, dan kom je op € 25,41; de werkelijke btw is € 21. Het verschil ontstaat doordat je dan btw over de btw berekent.
Handig uit het hoofd
21% btw erbij: vermenigvuldig met 1,21. Terugrekenen: deel door 1,21; de btw is het bedrag × 21 ÷ 121.
9% btw erbij: vermenigvuldig met 1,09. Terugrekenen: deel door 1,09; de btw is het bedrag × 9 ÷ 109.
Voorbeeld: € 1.089 inclusief 9% btw → € 1.089 ÷ 1,09 = € 999,08 exclusief, € 89,92 btw.
Voorbeeld stap voor stap
Een zzp’er stuurt een factuur van € 1.250 exclusief btw tegen 21%. Kies “Btw erbij optellen” en vul 1.250 in.
Btw = 1.250 × 21 ÷ 100 = € 262,50.
Inclusief btw = 1.250 + 262,50 = € 1.512,50.
Controle de andere kant op: “Btw terugrekenen” met € 1.512,50 geeft € 262,50 btw en € 1.250 exclusief btw.